Vraag 1 van de 5

Al aan het begin van de bezetting werd alles wat nuttig kon zijn door het Duitse leger opgeëist. De mensen moesten alle auto’s, vrachtwagens, karren, koetsen en paarden inleveren. In december 1914 werden ook fietsen opgeëist, maar hiertegen kwam zo veel protest dat het bevel enkele maanden later weer werd ingetrokken. Vanaf dan werden ‘enkel’ de rubberen banden opgeëist. De bevolking was hiermee natuurlijk niet blij. Er werden nauwelijks vergoedingen gegeven. Kinderen konden gewoon niet zonder hun fiets. De belangrijke mensen uit het dorp, zoals de geneesheer of de hoofdonderwijzer, schreven dan brieven om te smeken dat het kind zijn of haar fiets niet moest afgeven.